Redigeer je roman in 7 stappen

Redigeer je roman in 7 stappen

Je boek is klaar, je bent tevreden over je werk, maar wilt nog een laatste check uitvoeren voordat het echt in een envelop gaat, op weg naar een uitgeverij.

Je kent je roman van A tot Z: de omgeving, je personages en wat ze doormaken. Door deze zeven stappen te doorlopen wordt het gemakkelijker om met wat meer afstand naar jouw boek te kijken. Zo kun je de laatste puntjes op de i zetten.

 Stap 1 Kijk goed naar de structuur van de roman.

  • Heeft het boek een duidelijk begin, midden en einde?
  • Draagt elk hoofdstuk bij aan de grote verhaallijn?

 Stap 2  Test de overtuigingskracht van het verhaal.

  • Is de belangrijkste verhaallijn geloofwaardig?
  • Klopt het tijdsverloop overal?
  • Verwerk je correcte informatie over handelingen, gegevens of data?
  • Zijn nergens onafgewerkte lijntjes?

 Stap 3 Screen de personages.

  • Zijn ze levensecht? Je ziet  je personages zelf vast levendig voor je, maar heb je de lezer ook voldoende informatie gegeven om zich voor te stellen hoe ze eruit zien?
  • Klopt het karakter? Blijft dat onder invloed van hun ontwikkeling in het verhaal ook consistent?
  • Zijn de verhaallijnen van de personages allemaal goed afgewerkt?

Stap 4 Zoek uit of je voldoende verf hebt gebruikt om het decor goed te schilderen.

  • Een roman is geen film waar het landschap vanzelfsprekend aanwezig is, maar ook in een verhaal draagt de omgeving, het landschap bij aan de sfeer.

 Stap 5 Neem je schrijfstijl onder de loep.

  • Hoe levensecht zijn de dialogen?
  • Hoe is de verhouding tussen verhaallijn, dialoog en decor? De spanningsboog van de roman, de mate waarin je de aandacht van de lezer weet vast te houden, kan worden aangetast als een van deze drie elementen overheerst.

Stap 6 Let op je taalgebruik.

  • Hoe veel bijvoeglijk naamwoorden gebruik je?
  • Valt u wel eens in herhalingen?
  • Hoe lang zijn je zinnen?
  • Heb je stopwoordjes?
  • Kunnen sommige dingen ook korter gezegd worden?

 Stap 7 Hanteer de spellingscontrole.

  • Elk tekstverwerkingsprogramma heeft de mogelijkheid om spelling en taal te controleren.
  • Vergeet ook niet de dubbele spaties te verwijderen!

Dit zijn zeven stappen die je kunnen helpen om eens heel anders naar je eigen verhaal te kijken. Je zet als het ware een andere bril op dan je droeg tijdens het schrijven. Met veel van de schrijvers die ik coach, doorloop ik deze zeven stappen ook en de ervaringen zijn uitermate goed. Maar natuurlijk ben ik ook nieuwsgierig naar jouw ervaringen met het redigeren van uw manuscript.  Hoe doe jij dat het liefst?

Groet!

 

21 juni 2012 | Fictie schrijven


Deze blog is bedoeld om iedereen die schrijft te helpen, dus ken je iemand die er iets aan heeft? Stuur de link gerust door of deel hem via Twitter/Facebook/ LinkedIn. Heb je vragen of opmerkingen naar aanleiding van dit artikel? Drop ze in de replybox hieronder en ik antwoord zo snel mogelijk.

Bel of mail me!

Nieuwsgierig wat RedactieKracht voor je kan doen?

Lees 40 reacties

  • Pim Wiersinga says:

    Gefeliciteerd, Annemarie Enters! Hoe gaat het boek heten?

    • Beste mensen, de enthousiast reagerende uitgever is Boekenboet, een jong bedrijf dat op kwaliteit mikt. De titel van mijn boek is TERUGKEER NAAR ROSENBURG, een roman dit keer over een vrouw van mijn leeftijd die haar bezit in Oost Europa terug krijgt. Als ze op haar terrein een container ontdekt, blijkt dat hierin 10 vluchtlingen uit Afghanistan zitten. Zij vangt deze mensen op. In dit boek kon ik mijn eigen ervaringen van ons tweejarige verblijf in Bulgarije vlechten. Over een klein half jaar zal dit boek te verkrijgen zijn.

  • Pim Wiersinga says:

    Ja, dat heb ik gelezen. Zijn woede is mooi! Voor beginnende schrijvers doemt er nu een probleem op: moeten ze hun best blijven doen om uitgegeven te worden – wat steeds moeilijker wordt – of alles vergeten en zich in de ‘artistieke gevarenzone’ storten?

    • Blijf trouw aan je devies l’art pour l’art. Volg je hart en waag het niet om je te verlagen tot een bouquetachtig niveau, goed ik stel dit misschien erg zwart-wit. Je wilt toch schrijven? Doe dat dan zoals jij zelf denkt. Wie is de commercie? Mannetjes die het echt beter weten of alleen aan de centen denken? Daarvoor moet je toch niet van je geloof willen af gaan vallen?
      Natuurlijk ben ik apetrots dat mijn manuscript, na veel poetsen enthousiast door een echte uitgever is geaccepteerd en dat mijn roman over een klein half jaar in de boekhandel komt te liggen.

      • info@marjaduin.nl says:

        Ha Annemarie,
        Misschien heb ik het gemist, maar volgens mij heb je nog niet verteld bij welke uitgeverij je gaat debuteren. Ik ben heel nieuwsgierig 😉
        En natuurlijk: gefeliciteerd. Het is geweldig dat het gelukt is. De aanhouder wint!
        Groeten, Marja

  • Als beginnend (nou ja, ben nu toch al weer ruim twee jaar bezig) schrijver komt de vraag wat literatuur is ook regelmatig opzetten, om weer even naar de achtergrond te verdwijnen omdat ik me liever concentreer op een volgend boek. In De Gids staat een interessant artikel van Yves Petry over lezen & schrijven, en ook dit stuk over de ‘well-made’ novel is interessant. Ik ben het met veel van M. Mörings pleidooi eens. Dit is wat mij ook zo stoort aan de huidige boekenmarkt: ik heb zelf het idee dat het publiek bepaalde ‘kwaliteit’, maar ondertussen volledig doorsnee, boeken in overvloed voorgeschoteld krijgt en dat moet ‘willen’ lezen (de winkels liggen er vol mee,) en mede daardoor wellicht afknapt op het lezen. Men krijgt door de marketing een bepaald boek in hun winkelwagen, leest het en is wel weer even genezen, voor een maandje of wat. Nu heb ik het over een publiek dat niet zo heel veel leest, en wellicht meer mannen dan vrouwen die al snel dan maar grijpen naar biografie boeken van voetballers en dergelijke. Romans van iemand als Houellebecq worden hier niet echt gepromoot, terwijl er volgens mij wel degelijk een groot publiek voor is. Bijvoorbeeld het boek Expats van de Bruijn, dit lijkt me ook iets dat best in 1 van de 2 winkels mag liggen, in plaats van alleen maar thriller rommel en de geijkte namen, maar nu schrijf ik maar even voor de vuist weg hier…;) Wat me wel opvalt is bij iemand als deze schrijver en Petry is dat ze ook wat, wellicht onvermijdelijk en logisch verklaarbaar (menselijk), voor eigen parochie preken en vooral het taalspel interessant vinden, de “stijl”. Voor mij dient de stijl aan te sluiten bij de inhoud, pas dan kan iets een echt goede roman opleveren (maar wellicht is dit weer een preken voor mijn parochie;)). Of de balans dan meer naar de inhoud of taal doorslaat, maakt niet zoveel uit: dat kunnen even boeiende, betekenisvolle, maar simpelweg totaal verschillende boeken zijn. Een roman die los van conventies en rekening houden met het (grote) publiek iets te vertellen heeft, of gewaagd te onderzoeken, komt op dit moment maar moeizaam in de winkel te liggen. NB: Balkenende kan vragen om meer betrokken literatuur, maar ik hoop dan niet dat hij schrikt van ”de parijs conventie” en de politieke beladenheid daarin, die vrij diametraal op het beleid van zijn partij staat;)

  • Yolande Timman says:

    @ Pim en Milan, Bouazza schrijft kunstig, voor mij persoonlijk soms gekunsteld, maar ik vind het mooi dat iemand zo schrijft. Nachtmerrie als ieder boek in dezelfde stijl geschreven zou zijn. @ Marja, sommige mensen trekken een vies gezicht bij Dan Brown, maar ik ben het met je eens: knap dat hij zoveel mensen die anders nooit een boek zouden pakken de betovering van het lezen laat ervaren. Tegelijk vind ik het interessant dat literatuurwetenschappers (taalwetenschappers spreken zich hier niet over uit) elkaar in de haren vliegen over de vraag wat literatuur is. Hebben jullie het vurige pleidooi van Marcel Möring voor de experimentele roman / felle polemiek tegen de ‘well-made novel’ gelezen?
    http://www.nrc.nl/boeken/2012/07/09/marcel-moring-de-roman-is-een-hoer-geworden-een-papieren-tijger/

    • Tja… Dan Brown… Hij mikt op pageturners en door goede publiciteit vliegen zijn boeken over de toonbank. Goed opgezet, dat wel, maar een verrassend en logisch einde maken zodat je als lezer happy kan gaan slapen is niet zijn sterkste kant. Afgeraffeld en onbevredigend, maar eerlijk gezegd zou ik (nog) geen alternatief weten.

  • Pim Wiersinga says:

    @Milan, Ja, er is je eigen smaak, en er is je eigen verrzameling associatieketens. Voor mij is het tamelijk verrassend om ‘bezwerend taalgebruik’ geduid te krijgen als een staccato-achtige stijl. Daar dacht ik helemaal niet aan.

    @Yolande: Dan zul je Erwin Mortier ook wel waarderen. Neem zijn zinnen (in Marcel):

    de naaikamer werd een magisch laboratorium, en zij een halve alchemiste. Eerst trok ze met een vettig krijt op vlinderlicht zijdepapier lijnen langs een meetlat. Op tafel joeg ze de nijdige bek van de schaar om het grondplan van een rok of de lelieachtige omtrek van een bruid.

    Haal de bijvoeglijke naamwoorden weg en je houdt bagger over. Dus, toekomstige grootmeesters en -meesteressen van de pen, word net zo goed als Mortier en je mag alle woordsoorten gebruiken, zelfs de gewraakte! (Nee, de kwestie hier is niet welke smaak je hebt, die eeuwige dooddoener; maar of je smaak hebt…)

    • @Pim
      We doen ons best. Zelf probeer ik nog steeds te lezen naast het schrijven. Af en toe een klassieker, maar ook iemand als Mortier is wellicht geschikt als inspiratiebron (ik kende deze schrijver nog niet). Daarnaast ook wat research voor het volgende boek. Ik las overigens een recensie van Godenslaap (op het recensieweb) waarin de recensent het een beetje te ver gaand, gekunsteld en een ‘zijn doel voorbij schietend’ taalspel vond.

  • @Rob
    Mee eens, en een prima voorbeeld van het spelen met de bijvoeglijke naamwoorden.

    @Yolande en @Pim
    Ook eens en mooie voorbeelden van Yolande. De vraag is wanneer het met mooie, rijke en niet al te veel steno taal ‘bezwerend proza’ is en wanneer niet. Hoe zou je dat willen onderscheiden? Is dat niet meer een kwestie van smaak? De ene persoon vindt Virginia Woolf goed, de andere Marquez, een ander allebei en weer een ander geen van tweeën. Nu hebben deze schrijvers hun naam mee, waardoor mensen sneller coulant door zullen lezen wanneer ze een poging wagen. Maar de tendens om meer en meer in steno te schrijven, als een algemeenheid (zie ook Grunberg en zijn nieuwe roman) doet mij wel erg markt- en publiekgericht voor. En is dat laatste, zo sterk rekening houden met het grote publieke ‘vermaak’ niet meer een kenmerk van lectuur dan van literatuur?

    • info@marjaduin.nl says:

      Beste Milan,

      Wat leuk dat je ondanks alle weerstand die je voelt tegen blogs in het algemeen, toch de tijd neemt om die van mij te lezen en er zelfs op te reageren!
      Volgens mij ligt er nog een hele wereld tussen het kritisch doseren van bijvoeglijk naamwoorden en staccato – of in steno – schrijven. Verder denk ik dat er niets mis is met het schrijven van boeken die door een groter publiek worden gewaardeerd, dat is – zij het op een heel andere manier – net zo’n grote kunst als het schrijven van literaire teksten die maar door een kleine groep worden begrepen, verteerd en gewaardeerd. Alle schrijvers vertellen verhalen, daarbij zetten ze hun persoonlijke schrijftechnieken in. Als je je manuscript redigeert, bekijk je onder andere of die technieken bijdragen aan de kracht van je verhaal. Die zeven stappen uit mijn blog kunnen daarbij helpen, maar je kunt ze natuurlijk gewoon naast je neerleggen als je vindt dat ze niet bij jou passen. Ten slotte ben ik het met je eens: smaken verschillen. En dat betekent ook dat iedereen moet schrijven wat hij leuk vindt en dat we hier niet hoeven te beargumenteren of het nu literair is of niet. Laten we die discussie maar liever overlaten aan taalwetenschappers.

      • Het is niet dat ze wel of niet bij me passen, maar het hangt van het boek af dat je schrijft, of het gedeelte, de passage in het boek, het karakter, hoe je ze toepast. Momenteel lees ik Alsof het voorbij is van Barnes en dat zijn geen lange zinnen, de vorm is gegoten in ‘geen woord teveel’ schrijven. In dit geval vind ik het passen bij de toon van het verhaal. Ik denk wel dat het een goed idee is om voor een geheel boek, of in ieder geval een belangrijk gedeelte, te trachten een bepaalde vorm vast te houden, zodat er consistentie is.

      • info@marjaduin.nl says:

        Ja, dat ben ik met je eens. Het kritisch bekijken van het gebruik van bijvoeglijk naamwoorden blijft hoe dan ook een punt van aandacht bij de redactie van je manuscript.

  • Rob Verschuren says:

    Over bijvoeglijke naamwoorden: gebruik ze met plezier, zou ik zeggen. Of en hoeveel vind ik niet zo’n boeiende vragen. Het gaat om het hoe. Bij bijvoeglijke naamwoorden ligt – meer dan bij andere woorden – het cliché in hinderlaag. Tijdens het schrijven en redigeren kijk ik regelmatig in het synoniemenwoordenboek. Juist voor bijvoeglijke naamwoorden. Dat levert soms mooie en scherpe beschrijvingen op. Vooral een metaforisch gebruik van bijvoeglijke naamwoorden kan heel effectief zijn. Hiermee bedoel ik bijvoeglijke naamwoorden die gewoonlijk aan zelfstandige naamwoorden van een andere categorie worden gekoppeld. Een voorbeeldje: je beschrijft een dominante jongedame. Ze draagt haar haar in een strakke staart. Je kunt daar ook een onverbiddelijke staart van maken.

  • Yolande Timman says:

    Beste Pim,
    zeker is Marja’s advies zinvol en ik ga bij de omslag van aan mezelf vertellen naar schrijven met een open deur (King) extra letten op bijvoeglijke naamwoorden (en bijwoorden).
    Wat ik bedoelde:
    – ‘Als kleurige eieren rolden de kinderen steeds weg onder moeders geboezemde aandacht’ (Hafid Bouazza, Een beer in bontjas)
    – ‘Niemand van ons is trouw, niet trouw aan zijn afkomst, aan de idealen van zijn ouders. Groeien betekent verraad, we zijn allemaal verraders’ ( Bouazza, Apollien)
    – ‘Niet de geluiden van de kleurige mobiles en de tingelingen, die hem weinig bekoorden, of de geluiden van zijn kirrende, tuttuttende moeder of brommende vader. Het is het suizelen, het hees gelispel in de stilte die zijn ouders in zijn kamer achter laten’ (Bouazza, Momo)
    Enzovoort
    – ‘Maar dat soort dingen herhalen zich. Ik zie het toch: alles is een en al afschuwelijke herhaling. Ze krijgt hetzelfde te verduren als haar moeder en haar grootmoeder, allebei getrouwd met de man die haar vader is’ (Martirio in: Federico García Lorca, Het huis van Bernarda Alba)
    Over de laatste passage zou iemand misschien kunnen zeggen: gebruik van algemene woorden (‘alles’, ‘een en al’), een bijvoeglijk naamwoord en dan ook nog eens een ‘groot’ woord (‘afschuwelijk’), tell: benoemen van iets dat in de context duidelijk is, herhaling (‘herhalen’ – ‘herhaling’)
    maar toch: huiveringwekkend mooi.

  • Pim Wiersinga says:

    Ik vond de redigeertip van Stephen King – ingebracht door Gerhard te Winkel – heel zinnig. Vertel eerst het verhaal aan jezelf; als je dat gedaan hebt, kun je het anderen vertellen. In die laatste fase is Marja’s advies om vooral streng te zijn op bijvoeglijke naamwoorden ter zake, want doorgaans verstoren ze de visioenen die in de fantasie van de lezer opdoemen, al was het maar door hun overbodigheid.
    Herhalingen zijn tweeledig. Ze kunnen voortkomen uit een verkrampte hang naar volledigheid – meestal is dit het geval als woorden onnodig herhaald worden, zoals in dit voorbeeld: Hij kwam binnen, de deur stond open. Hij draaide zich om en sloot de deur.
    Hier moet (minstens) één ‘deur’ worden geschrapt; plus het zinnetje voor EN. Nu, dit is met een scherpe blik en dito rood potlood gauw te verhelpen.
    Een ander soort herhaling is bedenkelijker. Omdat bezwerend proza vaak uit herhalingen is opgetrokken – echo’s, parallellismen, variaties – hopen onervaren schrijvers dat het omgekeerde ook waar is: dat herhalingen bezwerend proza opleveren. Of ‘magisch realisme’ – nog erger!

  • Yolande Timman says:

    Beste Marja, natuurlijk heb ik het voorgaande gelezen, maar mijn reactie was eigenlijk niet bedoeld als een vraag, maar als een aanvulling, een ruimere formulering, om de mogelijkheid van een sterk, beeldend gebruik van herhalingen en bijvoeglijke naamwoorden niet helemaal uit te sluiten.

    • info@marjaduin.nl says:

      Beste Yolande,

      Dat heb ik dan verkeerd begrepen, ik legde de formulering ‘ik struikel over…’ uit als een vraag. Natuurlijk sluit ik het gebruik van herhalingen en bijvoeglijk naamwoorden niet volledig uit. Ik kom ze echter zo vaak tegen als valkuilen bij schrijvers, dat ik iedereen op het hart wil drukken er vooral kritisch mee om te gaan. Met name in het begin van een schrijverschap (maar helaas komt het ook bij meer ervaren auteurs voor) worden herhalingen en breedsprakigheid te gemakkelijk ingezet. Daarmee wordt het in de eerste plaats moeilijk om een lezerspubliek een boek lang te blijven boeien en dat is jammer als je een goed verhaal te vertellen hebt. In de tweede plaats groeit het dan vaak uit tot een’eigen schrijfstijl’ waardoor een beginnende schrijver minder neigt tot experimenteren met een soberder – maar vanuit het oogpunt van de lezers vaak juist boeiender schrijfstijl.En dat is jammer voor de ontwikkeling van een schrijverschap.
      Natuurlijk kan een auteur die zich eenmaal goed bewust is van de effecten van herhalingen en veel bijvoeglijk naamwoorden in teksten, ze juist weer bewust gaan hanteren. Dat is misschien de situatie waarop jij doelt?

      Met vriendelijke groet,
      Marja

  • Yolande Timman says:

    Geachte Marja, dank je wel voor deze check in zeven stappen. Ik struikel alleen een beetje over de vraag naar onafgewerkte lijnen (stap 2) en het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden en herhalingen (stap 6). Een herhaling kan functioneel zijn, evenals een uitbundige beschrijving met veel bijvoeglijke naamwoorden. Ook een doodlopende verhaallijn kan betekenis hebben. Denk aan de bijna spreekwoordelijke mus die niet van het dak mag vallen zonder dat het gevolgen heeft, of als dat niet het geval is, juist dát duidelijk moet maken: dat het vallen van het vogeltje geen gevolg heeft (Hermans e.a.). In het laatste geval is de lijn natuurlijk toch uitgewerkt. Waarschijnlijk bedoel je dat ook en is het een kwestie van formulering. Het gaat er om dat je je steeds bewust moet zijn van mogelijke effecten van de woorden die je inzet.
    Maar los daarvan: er zijn toch ook andersoortige romans die bijvoorbeeld stromen gebeurtenissen beschrijven?
    In ieder geval zijn de zeven stappen helder en handig. Ook de anderen: veel dank voor alle waardevolle tips!

    • info@marjaduin.nl says:

      Beste Yolande,
      Als je de antwoorden op een paar eerder reacties doorleest, denk ik dat jouw vragen (met name de losse eindjes en de bijvoeglijk naamwoorden) al voor een deel beantwoord zijn. Natuurlijk zijn er ook heel andere vormen van romans, maar dan nog denk ik dat je als auteur om de lezer bij de les te behouden heel kritisch moet zijn met het gebruik van herhalingen of bijvoeglijk naamwoorden als stijlmiddel. Uiteindelijk gaat het er bij het vertellen van een verhaal toch om dat je de lezer boeit, dat je hem wilt aanzetten tot doorlezen. Dat bereik je vooral door hem niet alles voor te kauwen, maar stukjes informatie toe te spelen waaruit hij zelf zijn conclusies kan trekken en die hem ertoe aanzetten om méér te lezen. Het gebruik van herhalingen of veel bijvoeglijk naamwoorden maakt dat je meer uitlegt dan schetst (show, don’t tell), en dan loop je toch sneller het gevaar dat je de aandacht van de lezer verliest.

      groet, Marja

  • Beste Marja,
    Over proeflezers: moeten dat bekenden zijn of juist niet? That is the question.

  • Janine says:

    Ha Marja,
    Met belangstelling je stappen gelezen en kan het er als redacteur met inmiddels wel wat jaartjes ‘op de lat’ alleen maar mee eens zijn.
    Wat volgens mij echter nog een handige tip is, is om een of meer medelezers in te schakelen. Voor als je zelf even door de bomen t bos niet meer ziet. Mensen die je vertrouwt en van wie je weet dat ze je werk objectief kunnen bekijken.
    Let wel: niet te veel mensen inschakelen want dat kan weer een averechts effect hebben.
    Okee dat was mijn wijsheid weer voor vandaag:). Groetjes

    • info@marjaduin.nl says:

      Ha Janine,

      Wat leuk dat je de meelezers noemt, ik heb namelijk voor de volgende keer een blog over proeflezers geschreven. Met name over: hoe vind je ze? De blog staat klaar, maar je moet nog even geduld hebben.
      Groetjes!

  • Marja West says:

    En wat als laatste goed helpt: voorlezen. Dan hoor je zelf waar de tekst niet lekker loopt.
    Bedankt voor alle tips!

  • Gerhard te Winkel says:

    Redigeer tip van Stephen King. De eerste versie van je boek schrijf je met de deur dicht. dan vertel je het verhaal aan jezelf. dan leg je het boek een week of zes weg. Daarna ga je redigeren en schrijf je met de deur open. Je vertelt het verhaal aan de lezers. Vertel het verhaal en schrap alles wat niet het verhaal is (Ja, Marja, een goede tip voor mij). Zo simpel is het.

  • Marja, ik miste het belangrijkste: laat je manuscript een tijdje liggen, dan kijk je er anders tegen aan, of ga je er van uit dat iedereen dat wel weet?

    • info@marjaduin.nl says:

      Ja, Annemarie, ik ben er inderdaad vanuit gegaan dat deze laatste check pas wordt gedaan als je zo goed als klaar bent met het verhaal. Even laten liggen hoort daar voor mij al wel bij 🙂
      Maar jouw reactie laat zien dat dat niet voor iedereen geldt, dus bedankt!

  • Marja, wat bedoel je precies met HOEVEEL BIJVOEGLIJKE NAAMWOORDEN in stap 6? Moet je deze zoveel mogelijk beperken, of vind jij het gebruik daarvan helemaal overbodig? Ik dacht van niet, maar eentje kan geen kwaad dunkt me.

    • info@marjaduin.nl says:

      Bij deze stap bedoel ik eigenlijk dat je als auteur kritisch zou moeten zijn op het gebruik van bijvoeglijk naamwoorden. Ze kunnen niet alleen een verhaal stroperig maken, omdat ze zorgen voor te veel beschrijving ten opzichte van de actie, maar ook ligt bij het gebruik van veel bijvoeglijke naamwoorden het gevaar op de loer dat je als schrijver te veel gaat vertellen (interpreteren) hoe de situatie is; ondanks dat je weet dat een lezer meer betrokken blijft bij de tekst als hij zelf conclusies kan trekken. Kortom: vaak komt het zogenaamde show-don’t- tellprincipe onder druk te staan als je veel bijvoeglijk naamwoorden gebruikt.

  • Pim Wiersinga says:

    Geachte Marja Duin,

    De zeven stappen spreken mij als schrijver en schrijfbegeleider zeer aan. Ik heb nog wel enkele kanttekeningen:

    – moet je het in stap 5 over ‘schrijfstijl’ hebben wanneer mensen hun manuscript kritisch onder de loep nemen? Zou het niet slimmer zijn om hen te attenderen op taalregisters; de vrraag of de tekst qua sfeer, toon en vocabulaire aansluit bij de personages, de situatie of het milieu?

    – meestal begin je als redacteur van je eigen manuscript te verbeteren op plaatsen of aspecten waar het ‘voor je gevoel’ wringt. Om te waarborgen dat dit ‘gevoel’ enigszins betrouwbaar is, moet je ‘van bril kunnen switchen’, want om elke keer 17 substappen door te moeten lopen – in de praktijk zal niemand dit toch doen? En hoe wissel je als beginnende of onervaren schrijver van bril? Toch niet door blindelings die stappen toe te passen?

    • info@marjaduin.nl says:

      Beste Pim,

      Inderdaad horen de facetten die jij opnoemt voor mij ook bij stap 5. Jij bent iets genuanceerder dan ik en schaart het onder de noemer Taalregisters, voor mij is Schrijfstijl de juiste – want meest toegankelijke – term op deze plek. In het bestek van deze blog kan ik niet te uitgebreid zijn, 7 stappen is al veel ;-). Vanzelfsprekend komen ze wel ter sprake in een schrijfbegeleidingstraject.

      Inderdaad gebeurt het vaak dat schrijvers beginnen te redigeren bij de plekken waar het wringt in de tekst. Bij een laatste check raad ik dat niet aan. Mijn 7-stappenbenadering is bedoeld voor het stadium waarin de meeste vouwen al zijn gladgestreken, voor het moment waarop je je eerste versie klaar hebt en nog een laatste check wilt doen. Je weet waar je boek over gaat, je kent de belangrijkste verhaallijnen en personages en aan de hand deze 7 stappen doorloop je hoofdstuk voor hoofdstuk. Dan hoef je eigenlijk maar één keer van bril te switchen, namelijk aan het begin van het redactieproces.

      • Pim Wiersinga says:

        Ja, ik vermoedde al dat je die stappen had ontworpen om de ‘natuurlijke’ of evidente manier van redigeren te doorbreken. — Mijn bezwaar tegen de term ‘stijl’ is dat die vaak als excuus dient om ‘in dwalingen te volharden’. Dat kunt u wel zeggen, schrijfcoach, maar dat is mijn stijl nu eenmaal.
        Je wilde van andere schrijvers horen hoe ze redigeren. Bij mij hangt het af van wat er aan die fase voorafging. Bij mijn laatste prozawerk (bijna af; titel De maan bijt in de staart van de kat) kwam de intrige of grote lijn snel tot stand – ik had in enkele maanden een ruwe – en aanvankelijk zelfs handgeschreven) versie. En sindsdien heb ik minstens evenveel tijd gestoken in schaven en slijpen om de toon helemaal precies goed te krijgen, en dit werk is zo goed als, maar nog niet geheel ten einde. Maar bij grotere romans Eleonora en de dood (in voorbereiding) en Gracchanten (Meulenhoff, 1999) schaafde ik de tekst per deel of episode bij, en toen ik die boeken (breed opgezette historische romans) schreef werkte ik van meet af aan op een pc. Hoezo ‘mijn’ stijl?

  • Paule says:

    Een interessante test is volgens mij je manuscript open slaan op een willekeurige blz. en alléén die pagina lezen (je kent toch al sowieso de context). Heb je zin om verder te lezen? Vond je die blz. saai/te lang? Dan weet je precies wat je te doen staat… Een totaal andere pagina testen in het eerste geval, schrappen & herschrijven in het tweede geval!

  • Zelf zet ik altijd mijn tekst op 150% of liefst nog groter als ik de laatste check doe. Je kunt dan niet meer snel voorspellend lezen, maar moet met je hoofd draaiend langs de zinnen gaan. Elk overbodig woordje valt dan op. Ook zie je dan sneller dat een bepaald woord wel erg veel voorkomt in je tekst.

  • Loek Hermans says:

    Dag Marja, een helder en leuk stuk. Wat bedoel je echter met ‘onaffe lijntjes’? Mogen er geen lijntjes onaf zijn? Is een open eind ook niet een onaf lijntje?

    • info@marjaduin.nl says:

      Alle verhaallijnen in een boek zouden idealiter moeten zijn opgebouwd uit een begin, een midden en een einde. Zolang een lijntje nog niet af is, zet het de lezer ertoe aan om verder te lezen, bijvoorbeeld: ‘hoe loopt het af met die neergeschoten kassamedewerker?’. Als het verhaal is afgelopen, is het echter wel de bedoeling dat alle verhaallijnen inderdaad die drie fasen hebben doorlopen, dat de lezer antwoord heeft gekregen op al zijn -al dan niet bewuste- vragen. En inderdaad, een verhaallijn kan open eindigen, maar dan nog maak je er – qua vorm – een einde aan.

      • Pim Wiersinga says:

        Een open einde mag volgens mij alleen als de lezer zich er een einde bij voor kan stellen, of gedwongen wordt te kiezen tussen twee denkbare eindes. Anders is het te open.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *