Handreikingen voor het schrijven van dialogen

Handreikingen voor het schrijven van dialogen

Wat voor verhaal je ook vertelt, er komt een moment waarop je hoofdpersonen zélf het woord willen nemen. Wat doe je dan?

Als schrijver heb je de regie in handen, dus kun je het schrijven van dialogen een tijdje uitstellen. Bewust of onbewust zie je misschien toch een beetje op tegen het schrijven van dialogen. Je focust eerst op handeling, situatie en conflict, dan ga je voorzichtig over tot experimenteren met de indirecte reden; maar uiteindelijk ontkom je er niet aan. Hier wat tips die ik zelf in de loop der tijd heb verzameld.

1) Het is belangrijk dat je je romanfiguren goed kent.

  • Zodat je weet hoe ze denken, hoe ze op verschillende situaties reageren en welke woorden bij ze passen, hoe ze praten (of ze stopwoordjes hebben, hele zinnen maken, regelmatig stiltes laten vallen of zinnen van anderen afmaken) .
  • Het kan helpen om beschrijvingen van je hoofdpersonen te maken en die naast je te houden als je aan het werk bent, en ze zo nodig aan te vullen. Zie hiervoor mijn vorige blog.
  • Zorg dat je weet waar de gesprekspartners warm voor lopen, wat ze willen, maar vooral waar ze niet tegen kunnen, wat hun conflict is. Dat moet de gesprekken die ze voeren kleur en dynamiek geven.

2) Houd in je achterhoofd dat in een dialoog heel veel gebeurt,

net zoals gesprekken hun vorm krijgen door het samenspel van een aantal processen, bijvoorbeeld:

Het spel van verbale informatie uitwisseling, waarbij de gesprekspartners tegelijk bezig zijn met:

  • luisteren naar wat er gezegd wordt
  • het formuleren van een antwoord
  • het zoeken van een kans om dat antwoord uit te spreken

Het spel van non-verbale informatie uitwisseling, waarbij de gesprekspartners bezig zijn met :

  • het opvangen van non-verbale signalen of bedekte boodschappen, het zogenaamde ‘luisteren tussen de regels door’
  • de (inwendige) emotionele of fysieke reactie daarop
  • de invloed daarvan op de verbale reactie

3) Ook in een dialoog moet een zekere spanningsboog zitten.

  • Overdenk daarom allereerst goed of alle woordenwisselingen nodig zijn voor de lezer, voor het verhaal.
  • Kleed het gesprek aan, laat zien waar de sprekers zich bevinden en wat ze doen.

4) Dialogen zijn meer dan: ‘…’ zei hij, ‘…?’ vroeg vader of ‘…!’ riep tante To. 

Je kunt gesprekken gebruiken om meer informatie te geven over de omgeving, over de geestesgesteldheid van de figuren of over wat ze doen. Bijvoorbeeld:

  • ‘…’ Een voorbijrazende trein overstemde zijn woorden.
  • ‘…?’ Vaders vingers klemden zich om de gesp van zijn broekriem.
  • ‘…!’ Tante To schonk nog een kopje thee in.

Zo kleed je je dialogen aan, maak je ze voor de lezer interessanter.

5) Zorg er wel voor dat je je dialogen niet gaat volproppen met informatie die je zo nodig kwijt moet.

6)  Pas het show, don’t tell principe ook zo veel mogelijk toe in dialogen.

De verleiding is groot om je personages te laten vertellen hoe ze de situatie beleven, maar daarmee raak je de aandacht van je lezers snel kwijt. Vervang alle mededelingen die ook door middel van een handeling kunt beschrijven. Bijvoorbeeld:

  • Schrijf niet: ‘Ik ben te moe om de trap op te gaan.’ Maar: Ze slofte naar de lift en drukte op het knopje.
  • Niet: ‘Ik ben woedend!’ Maar: Hij balde zijn vuisten en begon op zijn voorvoeten heen en weer te wippen.

7)      Je kunt door je dialogen op een vaste manier te beschrijven ook zonder iets aan te geven duidelijk maken wie er aan het woord is.

  • Laat elke nieuwe spreker op een nieuwe regel beginnen.
  • Wil je iets toevoegen over situatie, handeling of figuren, sluit dan aan bij de laatste spreker. Tenzij het over de volgende spreker gaat, dan begin je met je beschrijving op een nieuwe regel en kan de volgende spreker direct daarop aansluiten.

8) Zorg er wel voor dat je af en toe even duidelijk maakt wie er spreekt.

Als  je op de voorgaande manier een woordenwisseling weergeeft, kan het voorkomen dat lezers de draad wel eens kwijtraken, niet meer weten wie wat zegt.  Dit kan je voorkomen door:

  • De ene persoon de andere bij de naam te laten noemen.
  • Een hint in te voegen die wijst op de spreker, een beschrijving of reactie.

9) Je kunt ervoor kiezen om de zinnen niet volledig af te maken,

maar gebruik te maken van flarden, bij een ruzie of een snelle woordenwisseling  Kies wel voor een juiste spelling, het lezen van dialect gaat een lezer uiteindelijk vervelen.

10) Je kunt uitproberen of je dialogen lekker bekken, door ze hardop voor te lezen.

Dan merk je ook snel genoeg of de zinnen te lang zijn (als je buiten adem raakt) en kun je leestekens toevoegen.

11) Er is een aantal manieren waarop je inspiratie kunt opdoen voor dialogen,

probeer er eens een paar uit en zie welke jou het beste bevalt.

  • Luisteren naar gesprekken op plekken waar veel mensen samenkomen, in het openbaar vervoer, op de markt, in een kroeg
  • Bestuderen van het verloop van telefoongesprekken waarbij je maar één persoon kunt horen
  • Veel romans lezen
  • Kijken naar theaterstukken, films en tv-series

12) Maak een zinnenarchief.

Soms hoor je iemand een zin uitspreken die je niet wilt vergeten of waarvan je denkt dat je hem nog wel eens wilt of kunt gebruiken. Schrijf direct op, zo bouw je je eigen zinnenarchief op.

‘Een goed schrijver kan alles duidelijk maken door middel van handeling en dialoog.’ Zo luidt het motto van het boekje Dialogen schrijven van Don Duyns:’ In mijn beleving geldt dat wel voor film, toneel en theater, maar daar krijgt de kijker ook visuele informatie over de situatie en de personages die de lezer van een roman echter ontbeert. Zoals ik hierboven laat zien, kun je die gegevens wel heel mooi gebruiken om je dialogen te verrijken.

Er is natuurlijk nog veel meer te zeggen over het schrijven van dialogen.  Wat vind jij het moeilijkst? Of wat is jouw geheim om een goede dialoog op papier te zetten? Laat het weten!

Veel succes met je dialogen!

Groet,

 

 

 

17 oktober 2012 | Fictie schrijven


Deze blog is bedoeld om iedereen die schrijft te helpen, dus ken je iemand die er iets aan heeft? Stuur de link gerust door of deel hem via Twitter/Facebook/ LinkedIn. Heb je vragen of opmerkingen naar aanleiding van dit artikel? Drop ze in de replybox hieronder en ik antwoord zo snel mogelijk.

Bel of mail me!

Nieuwsgierig wat RedactieKracht voor je kan doen?

Lees 8 reacties

  • John says:

    Goede tips Marja!

    Fijn om dat eens overzichtelijk bij elkaar te zien. Een aantal liggen dicht bij me en gaan me een soort van natuurlijk af. Waar ik mee worstel zijn de leestekens, maar ik focus me nu eerst op het verhaal en maak me er nog niet druk over. Dat komt wel als ik tevreden ben over het verhaal zelf, in de fase schrappen en schaven.

    Wat ik ook lastig vind is duidelijkheid geven wie spreekt als het een gesprek met meerdere personen is. Als een gezin (vader, moeder, dochter, zoon) in gesprek is, volstaat ‘zei hij’ gewoonweg niet. Wanneer ik het teruglees, dan klinkt het soms gekunsteld en soms heel naturel. Heb je hierover soms wat extra tips? Of weet je waar ik hierover meer kan vinden?

    Dank en groet,
    John

    • info@marjaduin.nl says:

      Beste John,

      Zoals je misschien in de vraag van Cathelijne al hebt gelezen, bestaat er ook zoiets als subtekst. Wat ik in mijn blog wel heb aangegeven, maar misschien niet concreet genoeg heb gemaakt, is dat een gesprek – of het nu tussen twee of meerdere personages is – volop mogelijkheden biedt om handelingen, reacties, situaties te beschrijven. Cathelijne voegt daar nog gedachten en gevoelens aan toe.
      Door dat te doen heb je volop mogelijkheden om zonder steeds weer in ‘zegt hij’, ‘antwoordde zij’ te vervallen, tóch duidelijk te maken wie er aan het woord is. Het lijkt me een goed idee om hierover binnenkort nog eens een artikel te schrijven met meer voorbeelden. Daar zou ook het gebruik van leestekens aan de orde kunnen komen.
      Om meer inspiratie te vinden zou ik je op dit moment aanraden om gewoon eens een aantal romans door te kijken om te zien hoe verschillende auteurs hun dialogen aanpakken.

      groet, Marja

  • Cathelijne says:

    In een goede dialoog zit veel subtekst, daar ontstaat spanning door. Schrijven wat niet gezegd wordt, maar wel gedacht en gevoeld door de personages. Subtekst is wel een eigen blogpost waard, trouwens. En Marja, hoe denk jij over de regel die sommigen hanteren dat wanneer een personage een vraag stelt, je dat op deze manier opschrijft? ‘Wacht je op hem?’ zei hij. Of: ‘Wacht je op hem,’ vroeg hij. Maar niet: ‘Wacht je op hem?’ vroeg hij.

    • Marja Duin says:

      Beste Cathelijne,

      Bedankt voor je suggestie, subtekst gaat ook op het lijstje voor een blog!
      Wat de notatie van de vragen betreft: je weet ik houd van duidelijk, dus als een personage een vraag stelt plaats je daar een vraagteken achter. Bovendien zorgt het voor een zeker leescomfort: de lezer begrijpt door de notatie dat de uitspraak een vraag is, geen vaststelling.

      Daarmee valt de tweede mogelijkheid voor mij zeker af. Een leesteken niet gebruiken in een situatie waarvoor het juist bedoeld is, vind ik een gemiste kans.

      De derde formulering is voor mij ook geen optie, omdat je daarmee twee keer aangeeft dat het om een vraag gaat, zowel met het leesteken als in de woordkeuze. En één keer is naar mijn mening genoeg.

      De eerste vorm komt dan inderdaad het dichtst in de buurt van een ideale formulering, maar voor mijn gevoel is deze ook niet helemaal juist; want vragen is niet hetzelfde als zeggen.

      Zo redenerend, zou ik misschien het liefst kiezen voor subtekst.
      ‘De vraag bleef in de lucht hangen.’
      ‘Hij zette grote ogen op.’
      ‘Terwijl zijn woorden wegstierven wist hij het antwoord al.’
      Daarmee kun je met enige creativiteit veel doen, maar ik zie ook wel dat het niet in elke situatie een oplossing biedt.
      Interessant vraagstuk dus. Hoe kijk jij er tegenaan?
      groet, Marja

      • Cathelijne says:

        Ik kies vaak voor optie 1. Over optie 3 heb ik dezelfde mening als jij. Optie 2 zou ik niet snel gebruiken.

  • In mijn boekje met tips staan ook bladzijden met stemmingen en gezichtsuitdrukkingen. Ook handig als je hierover niet te lang wil nadenken. Verder heb ik alle nuttige schrijftips van het web geplukt, en deze in een band gebundeld.

  • Daar word ik blij van Marja. Dank je wel. Ik ga het in mijn kop stampen (als daar nog plaats is).

  • Beste Marja,
    Show, don’t tell is voor mij nog het moeilijkst. Dialogen hoor ik als het ware en met de karakters heb ik ook weinig problemen, al moet ik het de lezer duidelijk maken. Ook met het less is more zit ik nog te puzzelen. Al de goede adviezen zorgen ervoor dat mijn verhalen niet meer voortkabbelen, maar een duidelijk gestructureerd verhaal met een goede spanningsboog worden. Ik realiseer mij nu dat bij het uiten van mijn fantasie meer komt kijken dan alleen maar opschrijven van het verhaal dat zich in mijn hoofd afspeelt. Hulde Marja, dat jij dit voor ons allemaal doet.
    Hartelijke groet,
    Annemarie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *